Oudwijkerdwarsstraat 50, 3581 LG Utrecht
Boomgaardhoekseweg 131, 3191 VB Hoogvliet Rotterdam

Bel Gilles: 06-54 20 40 45

Acupunctuur helpt bij chronische hoofdpijn

Acupunctuur helpt bij chronische hoofdpijn


Download het hele rapport (6 pagina’s), van de British Medical Journal.

Artikel Sp!ts (maart 2004)

Acupunctuur is een goed en kosteneffectief middel voor mensen die lijden aan chronische hoofdpijn of migraine. Dat zeggen Amerikaanse onderzoekers in het British Medical Journal. Uit hun onderzoek blijkt dat hoofdpijnpatiënten die acupunctuurbehandelingen ondergingen, niet alleen minder vaak hoofdpijn hadden, maar dat ze ook minder vaak medicijnen gebruikten. Bovendien stapten ze minder snel naar een dokter dan de mensen die van de reguliere behandeling gebruikmaakten.

Acupunctuur ‘Robuust resultaat’

Volkskrant (april 2004)

Engelse onderzoekers publiceren opzienbarende uitkomsten over acupunctuur bij hoofdpijnpatienten in het kritische vakblad de British Medical Journal. Eindelijk erkenning voor meridianen in de reguliere geneeskunde? Door Maarten Evenblij

Acupunctuur helpt bij migraine en spanningshoofdpijn. Tot deze conclusie komen Engelse onderzoekers in de British Medical Journal (BMJ) van 27 maart.

Zij baseren zich op een onderzoek dat zij rond 2000 uitvoerden in twaalf verschillende gezondheidscentra in Londen, Wales en Engeland. Er deden ruim vierhonderd mensen mee, van wie er driehonderd een jaar lang aan alle voorwaarden hebben voldaan. Van hen kregen 140 mensen de gebruikelijke behandeling via hun huisarts en zelfzorg, en 161 een aanvullende behandeling door een acupuncturist. Drie maanden lang, gemiddeld eens per week.

Na een jaar meldde 34 procent van de patienten uit de acupunctuurgroep een verbetering van 50 procent; die uit de controlegroep 16 procent. Dat betekent dat bij de acupunctuurgroep twee keer zoveel mensen zich beter voelden na behandeling dan bij de controlegroep.

Gemiddeld hadden de mensen in acupunctuurgroep in een jaar 22 dagen minder hoofdpijn. Ook hun dagelijks functioneren verbeterde en ze gebruikten 15 procent minder medicijnen, gingen een kwart minder naar de huisarts en bleven 15 procent minder vaak een dag thuis wegens hoofdpijn.

De deelnemers hielden een hoofdpijndagboekje bij – een keer aan het begin, na drie maanden (het eind van de behandeling) en na een jaar. Steeds vier weken lang noteerden ze daarin onder meer ernst en frequentie van de aanvallen en medicijngebruik. De studie heeft een veelheid van zaken gemeten en is voorzien van een uitgebreide statistische analyse. De onderzoekers spreken van een ‘robuust’ resultaat.

Het is opvallend dat het tijdschrift de studie publiceert, want de redactie staat bekend als kritisch en weigert in het algemeen artikelen die niet voldoen aan hoge wetenschappelijke standaarden.

Prof. dr. Jan Keppel Hesselink is dan ook in zijn nopjes met de publicatie. Hij is hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Witten in Duitsland en praktiserend neuro-acupuncturist in Bosch en Duin. Een effect van 18 procent vindt hij hoog.

‘Was dit een nieuw geneesmiddel van Bayer, dan zou ik dubbel salaris krijgen, zegt Keppel Hesselink die als onderdirecteur research en development van het Duitse Bayer betrokken was bij de ontwikkeling van medicijnen tegen hersenbloedingen MS. ‘De meeste nieuwe geneesmiddelen zijn nauwelijks effectiever dan oudere, maar concentreren zich op een vermindering van de bijwerkingen. Als dit in een pil zou zitten, zou het een gigantische klapper zijn.’

Dat de studie een duidelijke omissie heeft, namelijk het ontbreken van een nep-acupunctuurbehandeling, deert Keppel Hesselink geenzins. ‘Daarvoor is deze studie niet bedoeld. Er zijn al veel kleine studies gedaan waarmee het effect van acupunctuur is aangetoond. Het ontbrak echter nog aan een grote studie naar acupunctuur in de dagelijkse praktijk, dus naar de klinische relevantie van acupunctuur bij hoofdpijn. Dat gemis is met dit onderzoek goed gemaakt. Wat mij betreft is de werkzaamheid van acupunctuur bij migraine en spanningshoofdpijn hiermee duidelijk bevestigd. Anders zou BMJ het artikel toch niet hebben geplaatst?’

Dat is precies de reden waarom de Leidse neuroloog en migrainedeskundige prof. dr. Michel Ferrari zo verbaasd is. ‘Op het eerste gezicht een veelbelovend resultaat, echter bij nadere beschouwing ben ik niet overtuigd’, meldt hij. ‘Het verbaast mij dat BMJ dit heeft geaccepteerd. Er wordt veel gegoocheld met statistiek, maar al die rimram verhult uiteindelijk niet het ontbreken van een nep-acupunctuurbehandeling in de placebogroep.’

Dat is des te erger, meent Ferrari, omdat hij vermoedt dat de deelnemers in het algemeen aanhangers van acupunctuur zijn geweest, gezien de wijze waarop ze zijn geworven. ‘Als je hoopt behandeld te worden met acupunctuur en je komt terecht in de controlegroep is dat een teleurstelling. Dat heeft een placebo-negatief effect, net als extra aandacht een positief placebo-effect heeft. Ik vind een door de onderzoekers gevonden effect van 16 procent bij de regulier behandelde patienten ook laag. Bij hoofdpijn ligt dat eerder rond de 30 procent. Het effect van de teleurstelling maakt de verschillen tussen de behandelde en de controlegroep wellicht groter dan ze in werkelijkheid zijn.’

Ferrari begon aan het artikel met het idee: het staat in BMJ, dus het zal wel wat zijn. ‘Maar het rammelt aan alle kanten’, constateert hij nu. ‘Kortom, wederom een studie die geen antwoord geeft of acupunctuur nu werkelijk effectief is.’ Keppel Hesselink is teleurgesteld door de reactie van Ferrari. ‘Met hoeveel onderzoek moeten we nog komen’, vraagt hij zich af.

‘De laatste jaren verschijnen er in toptijdschriften geregeld artikelen over acupunctuur. Die laten bijvoorbeeld zien dat er wel degelijk meridianen in het lichaam zijn aan te tonen met radioactieve tracers en dat het stimuleren van acupunctuurpunten een reactie in de hersenen geeft. Dat zijn studies met geavanceerde technieken als functionele MRI die zichtbaar maken wat er in de hersenen gebeurt.’ Volgens Keppel Hesselink reguleert acupunctuur de bloedstroom in de hersenen, vergroot de methode de beschikbaarheid van de neurotransmitter serotonine en wordt het pijncentrum erdoor beinvloed.

‘Op een of andere manier dringen de resultaten van zulk onderzoek niet door. Toch kan ik mij niet voorstellen dat dit nieuwste artikel geen effect zal hebben. Elke onderzoeker zou willen dat hij met z’n werk in BMJ stond.’